DE NIEUWE JOURNALISTIEK VAN DE OPINIEBLADEN                       10 november 2011
Pakken Vrij Nederland, HP/De Tijd, Elsevier en de Groene Amsterdammer de digitale kansen?

Eén keer per jaar is Bladen in De Balie onderdeel van De Nationale Uitgeefdag. Dit jaar vond deze dag plaats in het World Forum in Den Haag. Deze sessie van ‘Bladen in Den Haag’ op locatie stond in het teken van de nieuwe journalistiek van de opiniebladen. Hoe zetten Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer, Elsevier en HP/De Tijd digitale kanalen in?

Aanleiding was het besluit van Vrij Nederland om het vorig jaar gewonnen prijzengeld behorende bij de Mercur d'Or/LOF-prijs voor Publiekstijdschriften in te zetten voor de stimulering van de digitale ontwikkeling van het weekblad.


Gespreksleider Peter Luit

Vier concurrenten
Behalve Vrij Nederland’s hoofdredacteur Frits van Exter namen deel: René van Rijckevorsel, adjunct-hoofdredacteur van Elsevier en verantwoordelijk voor internet, Frank Poorthuis, hoofdredacteur van HP/De Tijd, en Teun Gautier, uitgever van De Groene Amsterdammer. Het panelgesprek tussen deze vier directe concurrenten in de relatief kleine sector van de opinieweekbladen werd geleid door Peter Luit.

Gouden tijden
In de jaren ‘60 en ‘70 beleefden de opiniebladen hun gouden tijden, ze schrijft de Tijdschriftencanon. De ontzuiling van de samenleving leidde ertoe dat de journalistiek zich onafhankelijker ging opstellen en ging fungeren als ‘waakhond van de democratie’. De opiniepers volgde gezagsdragers kritischer en stelde maatschappelijke misstanden aan de kaak. De oplagen van de opiniebladen stegen tot grote hoogte.


De Nederlandse opiniepers

Crossmediale exploitatie
Vanaf eind jaren ‘70 kwam de markt steeds meer onder druk te staan en na het eerste decennium van de 21e eeuw hebben de opiniebladen het nog steeds niet makkelijk. De dagbladen lijken met hun bijlagen en redactionele invalshoeken nu sterk op opiniebladen. Zowel de mediabudgetten als de mediaconsumptie verschuift naar online. Bovendien wordt het publieke debat grotendeels op internet gevoerd. Uitgevers van de opiniebladen zoeken naar mogelijkheden om op deze veranderingen in te spelen. Een meer crossmediale exploitatie van hun titels lijkt daarbij een belangrijk uitgangspunt.

Learning by doing
De zoektocht die de Tijdschriftencanon beschrijft is nog lang niet ten einde, zo bleek. De opiniepers is wat de digitale kanalen betreft learning by doing. Teun Gautier, die voorheen werkte bij Elsevier, sprak over een zoektocht naar de Heilige Graal en een lange periode van experimenteren. Frank Poorthuis was blij eerder die dag uit de mond van de strategiedirecteur van Google gehoord te hebben dat “zelfs zij” het niet weten. René van Rijckevorsel onthulde dat de ideeën van de website als winstmachine bij Elsevier al snel plaats moesten maken voor meer realisme en Frits van Exter zei badinerend “geen idee” te hebben wat aan te moeten met internet.


René van Rijckevorsel (Elsevier)

Mediagids
Vrij Nederland experimenteert met een gratis bijlage: de Mediagids. Daarin selecteert de redactie de beste online bronnen bij het nieuws van de week. VN wil in de Mediagids de weg wijzen in het enorme aanbod op internet, op basis van actualiteit en de interesses van de lezers in politiek en cultuur. Deze poortwachtersfunctie is volgens Van Exter “het  begin van een concept dat interessant kan zijn voor deze doelgroep”.

Integrale propositie
Voor de opiniebladen dienen de websites uiteenlopende doelen binnen de crossmediale mix. Voor De Groene vormt de website “een versteviging van de integrale propositie”, aldus Gautier. Frank Poorthuis (pas 7 maanden hoofdredacteur van HP/De Tijd): “We hebben al een tijd een website, en doen daar iets heel anders dan in het blad. Die eigen content leidt wel tot  meer bezoek, maar helaas niet tot meer conversie.” Poorthuis zou het niet erg vinden om over vijf jaar te stoppen met het blad, en alleen nog op internet te publiceren, “maar dat moet dan wel betaald worden”.


Frank Poorthuis (HP/De Tijd)

Uit de kosten
Ook Elsevier heeft bij de herlancering van de site in 2004 (het eerdere experiment van 2000 kwam duidelijk te vroeg) gekozen voor het brengen van nieuws naast de opiniërende functie van het blad. “Het was ook een beetje krantje pesten”, aldus Van Rijckevorsel, die overigens signaleert dat er op de site steeds meer opinie bijkomt, terwijl het magazine ‘newsier’ wordt. Elsevier komt met de site “uit de kosten”, waar in 2004 nog werd gedacht aan een opbrengst van 20 miljoen euro per jaar. De inkomsten zijn behalve uit advertenties vooral afkomstig van productverkoop. Van Exter vindt internet vooral een makkelijk en prettig servicemiddel, waarvan het redactionele bestaansrecht nog bewezen moet worden.


Frits van Exter (Vrij Nederland)

Micropayments
HP/De Tijd kijkt wel eens naar de mogelijkheid van micropayments voor losse artikelen, maar denkt dat het nog wel 5 tot 10 jaar kan duren voordat er een makkelijk iTunes concept voor redactionele content beschikbaar komt. “Het voordeel van onze relatief kleine schaalgrootte als markpartij is dat we later kunnen instappen in goed gebleken modellen”, aldus Poorthuis.

Compensatie? Illusie!
Groene-uitgever Gautier is zeer stellig als het gaat om online businessmodellen: “Het is  een illusie dat we de dalende printomzet kunnen compenseren. Dat gaat niet gebeuren!” Alleen high volume titels kunnen volgens hem online geld verdienen met advertsising proposities. Van Rijckevorsel vindt 39 eurocent vragen voor een los artikel bovendien “levensgevaarlijk”. “Heel wat lezers kopen Elsevier voor slechts 1 á 2 artikelen of columns en daar hebben ze 4 euro voor over.”

Reaguurders
Over de inzet van social media en het interacteren met de doelgroep lopen de meningen uiteen, ondanks dat de kracht van de opiniepers volgens Gautier “het discours” is, waarvan deze weekbladen het aanjagende centrum behoren te vormen.
De redacties twitteren vanuit het merk om het blad te verkopen. Bij Elsevier genereert het cms een tweet per nieuw gepubliceerd artikel, bij de collega’s gebeurt het handmatig. Facebook levert voor VN veel verkeer op en wordt als experiment soms ingezet voor sneak previews van covers, terwijl Twitter ook gebruik wordt om in de gaten te houden hoe over het blad geschreven wordt. De online reactiemogelijkheid vormt voor Van Rijckevorsel een “buikpijnfactor”: het trekt publiek dat je eigenlijk niet op je site wil hebben.”


Teun Gautier (De Groene Amsterdammer)

Twitteren en bloggen
De eigen iPad app wordt door enkele panelleden als “een treurige bedoening” en “zielig” afgedaan: louter pdf’s en enkele honderden gebruikers per week. Gautier is er meer over te spreken: 700 abonnees betalen 42 euro per jaar (volgend jaar 60) zonder noemenswaardige kosten en het is scalable. Een substantieel deel van de VN-lezers maakt gebruik van de app en Van Exter vraagt zich af of deze doelgroep echt zit te wachten op bewegend beeld en geluid. “We gaan ook niet de hele dag zitten twitteren en bloggen.”

Diepgang en analyse
Gautier: “Wij brengen verdieping en achtergronden en blijven op zoek naar de juiste wijze om verhalen van 3 tot 4 duizend woorden te kunnen blijven brengen. We moeten ervoor waken om in het stramien van Nu.nl terecht te komen. Het gaat om diepgang en analyse, niet zomaar een meninkje toevoegen op het niveau van de reaguurders.”


Tekst: Theo Eijspaart
Foto's: Fons Klappe